De verhoogde economische activiteit heeft daarnaast zijn weerslag op het fragiele Tibetaanse milieu. Kilometers spoorrails doorsnijden het desolate landschap. Het traject loopt door een hooggelegen gebied met extreme temperaturen, dat gevoelig is voor aardbevingen. Ontbossing, degradatie van graslanden, verhoogde erosie en verlies van biodiversiteit vinden al plaats. De spoorweg biedt de Chinezen de mogelijkheid om waardevolle natuurlijke rijkdommen te exploiteren en af te voeren naar de rest van China, zonder dat Tibetanen hier iets van terug zien. De Tibetanen zien terecht de spoorlijn als een ernstige bedreiging van hun eeuwenoude religieuze en culturele identiteit. Ze noemen het de ‘tweede Chinese invasie’, met alle sociaaleconomische, politieke en demografische gevolgen van dien. Het spoor zorgt niet voor verbinding, de kloof tussen het Tibetaanse volk en China is groter dan ooit.

‘Dit boek is een indringende getuigenis van de Chinese expansiedrift in het desolate grensgebied tussen China en Tibet. Eeuwenlang was het ruige, ongerepte hoogland vrijwel onbereikbaar - een utopisch gebied waar Tibetanen en bedreigde dierensoorten vrijelijk konden bewegen tussen het aardse – en hemelse paradijs. Lees verder>